Speciaal onderwijs

Niet iedereen kan deelnemen aan het reguliere onderwijs. Kinderen die last hebben van een chronische ziekte, een handicap of een stoornis hebben soms meer aandacht of speciale ondersteuning nodig en voor hen is er dus speciaal onderwijs. Leerlingen die op latere leeftijd minder problemen ondervinden of beter kunnen deelnemen aan regulier onderwijs kunnen op latere leeftijd instromen in het regulier onderwijs.

Aanpassingen
In het speciaal onderwijs zijn aanpassingen gemaakt die rekening houden met de beperkingen van kinderen met een ziekte, handicap of stoornis. Zo zijn de klassen kleiner, is er meer aandacht voor de kinderen en zijn leerkrachten dankzij speciale opleidingen en trainingen beter voorbereid op het lesgeven aan kinderen die speciale ondersteuning nodig hebben.

Clusters
De Alk 18
In 1998 werd het oude systeem met LOM-scholen en het MLK-onderwijs vervangen door het speciaal onderwijs en scholen binnen het speciaal onderwijs zijn op dit moment ingedeeld in vier verschillende clusters. Het clusternummer geeft aan voor welk soort kinderen de school bedoeld is.

Cluster 1 – kinderen die slecht zien of blind zijn.

Cluster 2 – kinderen die doof zijn of slecht horen.

Cluster 3 – Kinderen met een handicap of langdurige ziekte.

Cluster 4 – Kinderen met een stoornis of gedragsprobleem.

Vaststellen ontwikkelingsperspectief
Scholen die speciaal onderwijs aanbieden moeten voor elke leerling een ontwikkelingsperspectief (WSNS) vaststellen. In dit ontwikkelingsperspectief wordt bepaald hoe de school een bijdrage zal leveren aan de ontwikkeling van de vaardigheden van een kind en hoe het kind zal worden voorbereid op doorstroming of uitstroming.